Weer even bij je

 

Ik ben weer even bij je
op bezoek geweest.
Ik heb je vogel weer gestreeld
en weer gedacht
dat het je huid was
die ik raakte.

Je was weer
even heel dicht bij,
een zoete pijn waarmee
ik al vertrouwd begin te raken.

We keken samen
naar ons lieve zieke kind,
zo stil, met ogen dicht
alsof ze dood was.

Die pijn is minder zoet
al draag ik die
al zoveel langer
met me mee.

Mijn huid, mijn hand,
mijn hart blijft hunkeren
naar bij haar zitten
en haar strelen
en aan haar weer
de verhalen te vertellen
die mij lief geworden zijn.

Het kan niet meer,
en het heeft nooit gekund.
Pas toen ze dood was
stilde ze de honger van mijn lijf
naar een nabijheid
die ik nooit heb kunnen geven.

We kijken samen naar ons kind
en zonder woorden
weten wij hoe of dat voelt
om lief te hebben
maar zo machteloos te zijn
tegen de dood

Ik raak je aan, mijn lief,
door deze kille steen
die door jouw handen is gevormd
tot vogel.

Ik raak voor even weer
jou aan
en sla mijn armen
om ons kind
en laat je los

maar neem je mee
voor altijd
in dit hart
vol bitterzoete pijn
en dankbaarheid.