6 juni - gekke versjes

 

 

Een tegenlicht van liefde
een glimmering geluk
een oog een oor
een uitgestoken hand
mijn dag kan niet meer stuk

 

 

 

en nog een terug vonden (gek) versje:

 

 

Laatst vroeg ik aan een bioloog:
Tot welke soort behoort een beiaardier?
Hij keek me aan,
ik zag hem denken:
Neemt u mij in 't ootje?
Maar ik zei:
O nee, ik ben oprecht benieuwd
in wat u denkt in dit geval.

De bioloog dacht even na,
zei toen: het antwoord is wat moeilijk,
maar ik neem u mee
naar zijn natuurlijk biotoop,
kom met mij mee.

Wat later zaten wij,
een bierglas in de hand
op het stadsplein
en startten onze observatie.
Het duurde even
zoals dat wel vaker gaat
in zo'n geval,
voordat de beiaardier zich horen liet.
Te zien viel hij nog niet;
hij ging verscholen
in 't struweel van
stenen, balken, kabels en metaal.
Maar ach, zijn zang
was wonderschoon,
welluidend en betoverend,
zodat men snel vergat
te vragen naar zijn uiterlijk of soort.

Nadat hij uitgezongen was
keken we woordeloos en stil
elkander aan.
Het was de bioloog die sprak;
de beiaardier is echt
een zeldzaam dier.
Men zou hem op de lijst
beschermde soorten moeten zetten.

 

 

 


[vervolg]