18 oktober - oneindigheid...

 

Ik ben een kind en lig in bed,
denk na over een woord
dat ik net hoorde,
en dat is; oneindigheid.

Ik lig in bed,
kijk in mijn kamer rond,
de schemering maakt alles
waziger dan overdag.
En ik bedenk
de gang waaraan mijn kamer ligt,
de kamer naast en tegenover,
de trap naar onder,
de wc, de gang,
de keuken en de kamer
waar mijn ouders televisie kijken,
de lichten wat gedimd,
gordijnen dicht,
de buren kijken anders
zo naar binnen,
en zien de eindigheid
van ons bezit, van ons geluk.

Dan denk ik verder
aan de huizen in de straat
en aan de straten in de stad
en aan de steden en de dorpen in dit land.

Het is alsof ik opstijg van de grond,
heel even heb ik hoogtevrees
als toen ik op die toren stond
en naar beneden keek .

Dan kijk ik om me heen
en groet de vogels in de lucht,
de wolken in de verte,
zie al lang geen mensen meer,
mijn huis, mijn straat, mijn stad,
mijn land nog net,
voordat het weg draait onder mij.

Dan stijg ik
boven wolken uit
en houd mijn adem in;
zo prachtig als de aarde is,
badend in zonnelicht,
de maan als metgezel.

Nog sneller stijg ik nu,
boven planeten uit,
de zon wordt één van velen,
zwerm van licht
onder de zwermen;
het heelal,
maar dan,
dan weet ik het niet meer,
raak in de war,
word bang

en word dan wakker
in mijn bed,
mijn moeder die me troost
tot ik niet bang meer ben.

Is dat oneindigheid?

 

 

 

 

 


[vervolg]